Koop tickets
045 567 60 70
Tijdens kantooruren
2 februari 2013

Winter in GaiaZOO

Winterdieren in hun element

Willem Cloosterman In Algemeen, DIERENVERZORGERS

Winter… dat is voor sommige dieren in GaiaZOO een probleem, voor de een wat meer dan voor de ander. Maar er is ook een categorie dieren waar de winter niet streng genoeg voor kan zijn, zij lachen als het ware om onze winters. Dan heb ik het met name over de muskusossen, de bosrendieren en de veelvraat. Dit zijn dieren die oorspronkelijk in het toendragebied leven. Daar ligt de gemiddelde zomertemperatuur niet ver boven de 10 graden en in de winter daalt de temperatuur tot -40 á -50 graden.


Het is een geweldig moment om na een nacht van behoorlijke sneeuwval ’s morgens bij de dierenverblijven aan te komen en evenzoveel sneeuwhopen aan te treffen als normaal gesproken dieren. Met het beetje sneeuw en vorst van de afgelopen weken waren de winterdieren, met name de muskusossen, helemaal in hun element. Deze dieren zijn bij koude temperaturen veel actiever; ze hollen met de hele kudde over het perk en, maken charges op boomstronken of op de muur rondom het perk. Ze dagen elkaar uit tot schijngevechten en hoe koud het ook is, ze maken gewoon hun dagelijkse duik in het water. De bosrendieren zijn iets minder enthousiast, maar last van de sneeuw hebben ze zeker niet. De bodem van hun verblijf verandert in een paar dagen van een mooie verse sneeuwlaag tot een vastgelopen ijsvloer. Voor ons als dierverzorger is dat lastig lopen, maar zij hollen er overheen alsof er niets aan de hand is. Ik heb in al die jaren nog nooit een rendier zien uitglijden. Ook de waterpartij bij de rendieren verandert in een ijsbaan, waar ze zonder problemen overheen lopen.

Als dierverzorger heb je natuurlijk wel problemen in dit jaargetijde, zo moet er bij de waterpartijen regelmatig ijs worden gehakt. Als eerste beginnen we bij het meertje van de rendieren. De rendieren kunnen dan wel over het ijs lopen, maar aangezien het ook hun drinkplaats is moet er wel een wak ijs vrij worden gehouden. Dit jaar wordt het wak zelfs nog groter gemaakt vanwege hun medebewoners; de roodhalsganzen.
Bij de muskusossen kunnen we wat langer wachten met het hakken van ijs, zij hebben een mooi luchtbellensysteem in het water. Bij lichte vorst houdt dit systeem de boel ijsvrij, maar vanaf ongeveer -5 graden begint het vanaf de randen dicht te vriezen en moeten de dierverzorgers in actie komen. Gaat de temperatuur al richting -10 graden dan houdt het voor ons als dierverzorger op. De luchtbellen hebben dan geen effect meer en het ijs wordt te dik om nog kapot te krijgen. Met pijn in ons hart moeten we dan besluiten dat de muskusossen op het separatieperk bij de stal moeten blijven. Deze beslissing nemen we niet alleen omdat we bang zijn dat de muskusossen zich op het ijs begeven, maar ook omdat dan de mogelijkheid bestaat dat ze aan de overkant het bezoekerspad op kunnen springen. Muskusossen zijn namelijk leniger dan ze lijken.
Als de vorstperiode lang en streng is, komt het meertje bij de rendieren droog te staan. We zetten dan weleens een waterbak voor ze neer, maar deze gooien ze regelmatig om. De rendieren weten echter ook met sneeuw en ijs hun eten en drinken prima te bemachtigen. Voor de muskusossen geldt hetzelfde, alleen krijgen zij geen waterbak aangezien deze onmiddellijk kapot wordt gemaakt.

In de winter is op de toendra nauwelijks voedsel te vinden. Het voedsel is bevroren en bedekt met een dik pak sneeuw. Aangezien deze dieren oorspronkelijk in het toendragebied leven zijn ze van nature aangepast aan deze barre omstandigheden. Daarom krijgen ze een ’s winters ook in GaiaZOO een aangepast menu; de hoeveelheid voer wordt behoorlijk verminderd.
Nog een laatste voor- en nadeel voor de dierverzorger; het poepscheppen. De buitenperken worden dagelijks schoongemaakt, maar na sneeuwval is er niets meer te zien van onze schoonmaak. Na matige vorst zie je de poep wel, maar dan zit het vastgevroren aan de grond. Als het dan na twee of drie weken gaat dooien… begrijp je ons nadeel.
De muskusossen en bosrendieren kijken in elk geval reikhalzend uit naar de winterse temperaturen en wachten rustig de volgende vorstperiode af.

Geschreven door:
Willem Cloosterman
Dierverzorger

Laat een reactie achter